TRIPTIEK 1




"S
cheppen is geen eenmalige daad maar een voortdurende beweging van liefde". Nicolaas Sintobin.

Het licht zingt zich de dag in. Het verdrijft de nacht en het landschap ontwaakt. Steeds opnieuw. En weer verrast het mij zoals een vlinder die haar vleugels ontvouwt. 

Achter ons raam ligt een panorama van water, weilanden, riet, schietwilgen en populieren. Omlijst door een traag stromende rivier, een geel gespikkeld grondlichaam, wolken als zwaar marmer.

Dan breekt rond rood het dek open en schildert een vergezicht met een palet van duizend tinten; Eerst een ruwe onderschildering in onbereikbare grijzen, dan in transparanter lagen. Later dieper van kleur.

De overkant leeft

Beweegt. 

Ontvangt de dag.

Een rietkraag zindert met haar zilveren pluimen. Ze zweeft met haar zwarte arcering juist boven de waterspiegel.

Zwarte stieren trekken in een lange stippellijn naar de rand van de wei. Daar waar het hek staat en blauwige schaduwen zijn geschilderd.

Nu het lente is dompelen de bomen zich onder in een zweem als van goud vermengt met purper. Waterige kleuren. Ze wachten geduldig op hun metamorfose. Eerst sepia, daarna omber en vervolgens lichtgroen. 

En als de dag vordert verstilt het vergezicht in veelkleurige dampen. 

De ekster, noot in haar snavel achtervolgt door zwarte kraaien als jachtvliegtuigen in een luchtgevecht, ontsnapt aan haar belagers.

De getijden zijn als rustige ademhalingen. De brede stroom reflecteert de grijze lucht vermengt met een toets van kobalt.

Het penceel zoekt opnieuw een schildering in tonen en gelaagdheid. In nauwelijks waarneembare veranderingen. 

Het neuriĆ«n van tinten die in elkaar overvloeien als doorzichtige vellen die over elkaar schuiven in een samenspel van herinnering en verwachting. 

Het zwijgen in het avondlicht, de kleur van het landschap, de geuren met verhalen. Komen aanwaaien. En. Als de wind gaat liggen verschijnt een wollig dekbed.

Tot slot zwellen trage nevels op en stollen als transparante vernislagen over het doek.

Merel en koekoek zetten het slotakkoord in.



"Het is een geschenk van onze Heer dat wij nog leven, zijn liefde houdt nooit op, is iedere morgen nieuw."

Het kantelpunt in Klaagliederen.









Reacties

Anoniem zei…
Wat een mooi gedicht Arie! Een prachtige ode aan een onmetelijk creatief en liefdevolle Schepper!
Groet, Kees-Jan
Dankjewel Kees-Jan, Wat bijzonder dat je er een gedicht in ziet. Mooie aanvulling.
Anoniem zei…
Nu ga ik ook anders kijken naar de zonsopkomst en -ondergang, mooie details en mooi dat zo’n mooie dankbare tekst juist in Klaagliederen staat (xx Laura)
Dankjewel voor je reactie Laura. Fijn dat het helpt om anders te zien. De tekst staat trouwens precies in het midden van Klaagliederen. Daarmee is het een scharnierpunt tussen somberheid en blijdschap. Of beter optimisme. Zo'n scharnierpunt past weer mooi bij een triptiek...
Gevoel van totale duisternis daarna Zicht op een nieuwe morgen